BAS



Bouwen aan een Adaptieve School (BAS)

Adaptief betekent: aanpassen aan de omstandigheden en voor het onderwijs betekent dit dat het zich moet aanpassen aan de leerlingen die het onderwijs volgen. We houden rekening met verschillen die er tussen kinderen bestaan, zoals verschil in talent, tempo en gedrag. We willen alle leerlingen voldoende uitdaging bieden, ondersteunen op die momenten waarop het nodig is en vertrouwen geven in het eigen kunnen. De volgende onderwerpen hebben we met elkaar besproken en proberen we op school zoveel mogelijk in de praktijk te brengen:

 

 

• Inrichting school, klas en plein

De ruimtes waarin we op school met elkaar omgaan zijn belangrijk. Ze beïnvloeden het gedrag en het welbevinden van leerlingen en leerkrachten. Daarom is er extra aandacht voor de veiligheid, de sfeer, de flexibiliteit en de uitdaging van de verschillende ruimtes

 

• Voorspelbaarheid in leerkrachtgedrag

Als de leerlingen weten hoe de juf of meester reageert op bepaalde situaties, bevordert dat in grote mate de rust, de orde en de betrokkenheid van de kinderen bij hun werk.

• Basiscommunicatie en schriftelijke correctie
Positieve leerervaringen zijn belangrijk voor het zelfvertrouwen en zelfrespect van de leerlingen. Daarom wijzen we niet met nadruk op de fouten en mislukkingen, maar juist op de zaken die wel goed zijn gegaan.

 

• Afspraken en routines

Vaste regels in school, in de klas en op het plein zorgen voor veiligheid, orde en duidelijkheid. Deze regels worden d.m.v posters in school duidelijk aangegeven.

 

• Tijdsoriëntatie en taakplanning

Het is belangrijk dat kinderen weten hoe het programma voor die dag er uitziet. Dat geeft duidelijkheid, zekerheid en houvast. 

 

• Effectieve leertijd en instructie

Door de instructie zo kort en bondig mogelijk te houden en door de leerlingen actief bij het leerproces te betrekken, wordt de beschikbare leertijd zo optimaal mogelijk benut.

 

• Leerlingvolgsysteem

Voor het volgen van de ontwikkelingen van de leerlingen maken we gebruik van landelijk ontwikkelde, betrouwbare toetsen van het CITO. Deze toetsen worden minimaal 2x per jaar afgenomen.

 

• Groepsvorming;

Regelmatig vinden er in alle groepen activiteiten plaats die gericht zijn op groepsvorming, omdat het belangrijk is dat leerlingen ervaren en leren gebruik te maken van elkaars mogelijkheden (samenwerken).

 

• Begeleid zelfstandig leren;

Leerlingen leren om steeds meer zelfstandig sturing te geven aan hun eigen leerproces en de leerkracht begeleidt hen daarbij. In de onderbouw noemen we dat uitgestelde aandacht en in de bovenbouw werken we dan met zelfstandig te verwerken taken.

 

• Tandemleren

Kinderen kunnen veel van elkaar leren en hebben lang niet altijd de hulp van de leerkracht nodig. Het leren in tweetallen is soms effectiever dan wanneer een leerling alleen zou werken of spelen, Tevens leren de kinderen om samen te werken, elkaar te accepteren en elkaar te helpen. Het tutorlezen  is daar een goed voorbeeld van.

 

• Dagplanning

Het is belangrijk dat kinderen weten wat het programma van die dag voor hen in petto heeft; het biedt structuur, duidelijkheid en houvast. Kinderen zijn hierdoor minder afhankelijk van de leerkracht en de zelfstandigheid wordt erdoor bevorderd. In alle groepen wordt het dagprogramma gevisualiseerd weergegeven.