Schoolontwikkeling



Afstemming en zelfstandig werken

Tot voor ongeveer twee jaren geleden heeft onze school (en dus het team) een ontwikkelingstraject doorlopen, genaamd Bouwen aan de Adaptieve School (BAS). De term ‘adaptief’ betekent in dit verband “aangepast aan” of “afgestemd op”  de begeleidingsvraag van de kinderen. We willen op deze manier bereiken dat ons onderwijs steeds beter aansluit bij wat een kind nodig heeft. Daarbij vermeld ik gelijk dat onder “nodig heeft” ook moet worden verstaan “uitgedaagd worden om zich te ontwikkelen”. De resultaten van dat traject zijn zichtbaar in de school aanwezig. Een voorbeeld hiervan is dat de kinderen omgaan met “uitgestelde aandacht”. Dat betekent dat de kinderen tijdens het werken geen vinger opsteken  voor het stellen van een vraag, maar hun dobbelsteen ‘op het vraagteken’’  kunnen leggen totdat de leerkracht, op zijn vaste ronde door de groep, langskomt. Zij gaan eerst met een andere opgave verder zodat de leertijd helemaal wordt benut. De leerkracht heeft op deze manier gelegenheid de hulp aan een ander kind helemaal af te ronden, voordat hij naar de volgende leerling gaat. Tijdens een beperkte duur van de les mogen de kinderen de dobbelsteen ook bij elkaar neerleggen en daarmee hulp aan elkaar vragen. De kinderen worden op deze manier meer uitgedaagd zelf naar oplossingen te zoeken en minder snel de leerkracht erbij te vragen.

Een ander voorbeeld is het werken volgens een vaste structuur in de groep met een voor de kinderen zichtbare indeling van de dag door het gebruik van de dubbele klok (tijdplanning) en de dagritmekaarten (activiteitenplanning) of, bij de oudere kinderen, het zichtbare dagprogramma. De kinderen worden zo gestimuleerd bij hun werk te blijven en door te werken. Hoe meer zelfstandigheid en passende structuur  in de groep, hoe meer de leerkracht mogelijkheden krijgt om de begeleiding af te stemmen op wat de kinderen nodig hebben.

Momenteel werken we in de bovenbouwgroepen (vanaf gr. 5) op twee ochtenden per groep met twee instructiegroepen voor taal en rekenen, de zgn. dakpanbegeleiding.  Binnen deze groepen wordt de uitleg en de ondersteuning verder afgestemd op de begeleidingsvraag van de kinderen. Hiervoor hebben we dit schooljaar extra formatie (d.i. meer dan er voor de school beschikbaar is) kunnen inzetten. Ook op de andere ochtenden wordt er -in de volledige groep- op verschillende niveaus instructie gegeven. Deze werkwijze is een opstap naar een volgende fase -m.i.v. komend schooljaar-  van voortgaande afstemming waarbij door de groepsleerkracht de instructie en de begeleiding nog meer wordt afgestemd op de hele groep.

Hiervoor is een andere organisatie van de groep nodig met meer mogelijkheden voor zelfstandig werken waarbij, afhankelijk van de groepen, wordt gewerkt met dag- en weektaken. Er is hiermee al een start in de afgelopen jaren gemaakt door kinderen gedurende een of twee keer per week niet allemaal op hetzelfde moment met dezelfde leeractiviteit bezig te laten zijn.

Om bovenstaande werkwijze verder door te voeren in ons onderwijs gaan we ons het komende halfjaar verder oriënteren op het werken met dag- en weektaken en deze werkwijze meer toepassen in de groepen.  Om dit op een verantwoorde wijze te doen worden we hierbij ondersteund door het Seminarium voor Orthopedagogiek. Binnen de school zal de directeur en de kwaliteitsgroep (= drie leerkrachten met een taak voor kwaliteitszorg) de uitvoering verder begeleiden.  Op deze manier willen we de kwaliteit van ons onderwijs verder verbeteren.

Onderwijs van de Picardt

In deze rubriek informeren we u over het onderwijs en de begeleiding zoals die op onze school worden gegeven en/of zoals we die willen gaan geven.

Ons onderwijs geïnspecteerd…

Op 29 maart j.l. heeft de inspecteur van het basisonderwijs regio Zwolle ons een bezoek gebracht. Voor het laatst was dit gebeurd in 2006. Een school levert voldoende kwaliteit wanneer zij voldoende onderwijsresultaten boekt, de kwaliteitszorg op orde heeft en de leerlingbegeleiding goed heeft opgezet en ook uitvoert. Jaarlijks moet de school de leeropbrengsten rapporteren aan de inspectie. Wanneer deze voldoende zijn en blijven, blijft de school onder het basisarrangement van toezicht en dat betekent eens in de vier jaren een schoolbezoek. Ook dit bezoek heeft er toe geleid dat we in het ‘basisarrangement van toezicht’ blijven: de bij het onderzoek gehanteerde indicatoren zijn als ‘voldoende’ beoordeeld. De indicator ‘sociale competenties bij leerlingen’ bleek niet beoordeelbaar i.v.m. gebrek aan gegevens. Inmiddels hebben wij ons leerlingvolgsysteem dusdanig aangepast dat jaarlijks deze gegevens beschikbaar komen. Van het huidige schooljaar zijn ze inmiddels bekend, alleen is één jaar niet toereikend voor een beoordeling.

Als meerwaarde voor de school levert een inspectierapport een aantal aanbevelingen op waar we onze winst mee kunnen doen. Ook verbinden we zelf conclusies aan de bevindingen van de inspectie. Voorbeelden hiervan zijn t.a.v. :

a) Sociale competenties

Naast het in kaart brengen van de sociale vaardigheden van de leerlingen willen we ons verder bekwamen in het goed omgaan met het toetsinstrument voor sociale vaardigheden en in de juiste interpretatie van de gegevens,

b) Leerlingenzorg – handelingsplannen

Voor kinderen die extra begeleiding nodig hebben, maken we een handelingsplan. Aan de analyse van de leer- of ontwikkelingsproblemen van deze kinderen moeten we nog meer aandacht besteden (“waar is het tekort / probleem door ontstaan”). Binnenkort gaat een aantal teamleden een workshop “Handelingsplannen schrijven” volgen, onder meer voor meer deskundigheid binnen de school m.b.t. een goede analyse van toetsresultaten.

c) Groepsplannen

Ieder kind heeft z’n eigen begeleidingsvraag. Toch is het niet nodig volledig individueel onderwijs te geven. Het blijkt heel goed mogelijk verschillende van deze vragen samen te voegen en daar het onderwijs op af te stemmen. Hier heb je een groepsplan voor nodig waarbij de groep voor de uitleg en de begeleiding in subgroepjes wordt ingedeeld. Het aantal individuele handelingsplannen kan met deze aanpak worden teruggedrongen en toch realiseer je onderwijs dat zo goed mogelijk is afgestemd op de vraag van de leerling. In samenwerking met pabo-studenten hebben we onlangs een format voor een groepsplan ontwikkeld en we onderzoeken momenteel op welke manier we volgend schooljaar met een groepsplan voor een bepaald vak zouden kunnen starten.

d) Informatie over de leerresultaten

In de schoolgids kan meer informatie worden opgenomen over de leerresultaten in verhouding tot alle scholen in Nederland. We voegen nu direct de daad bij het woord door te vermelden dat de Cito-eindtoets van dit schooljaar het volgende beeld geeft:

het landelijke gemiddelde van alle met de ‘Picardt’ vergelijkbare basisscholen in Nederland ligt dit jaar op 535,2, dat van de Picardt op 536,7. Daarbij plaats ik de volgende kanttekening. Voor de school is dit een voldoende resultaat, omdat dit een beoordeling is op groepsniveau, maar voor een leerling met een score van b.v. 515 kan het niet minder voldoende zijn omdat dit afhankelijk is van het vermogen van die leerling. Onze tussenopbrengsten verkrijgen we door alle kinderen (behalve de jongste kleuters) twee keer per jaar landelijk genormeerde toetsen af te nemen met toetsen van het Cito-leerlingvolgsysteem. We krijgen hiermee niet alleen inzicht in wat de kinderen individueel nodig hebben aan begeleiding en ondersteuning, maar ook in de juiste afstemming van ons onderwijs op de groepen. Fokke Dijkstra, april 2011